Calamiteiten Melden     

 

nbanner4.jpg

Wolterbeekvijver

Onderzoek maakt oorzaak van de vissterfte in de Wolterbeekvijver in het verleden bekend.

In de Wolterbeekvijver in Tilburg trad vrijwel jaarlijks vissterfte op. Uit onderzoek van waterschap Brabantse Delta bleek dat de najaarsomkering waarschijnlijk samen met lozingen langdurig lage zuurstofgehalten in de plas veroorzaakten. De gemeente Tilburg vond vervolgens een verkeerde aansluiting op het riool als bron van de lozing en dit is eind 2011 hersteld.

 

De Wolterbeekvijver is een voormalige zandwinplas van ongeveer 3 hectare en ruim 13 meter diep in het noordwesten van Tilburg. Sinds 2004 registreerde het waterschap vrijwel elk najaar vissterfte in de Wolterbeekvijver en werden vaak naar lucht happende vissen waargenomen. Waterschap Brabantse Delta nam aan dat de jaarlijks optredende najaarsomkering een belangrijke oorzaak was van de vissterfte, maar sloot niet uit dat ook lozingen een rol speelden. Najaarsomkering is een natuurlijk verschijnsel dat optreedt in diepe plassen als in de herfst de bovenste waterlaag afkoelt en mengt met de zuurstofloze onderlaag. Het gevolg is lage tot zuurstofloze omstandigheden in de hele plas die kunnen leiden tot vissterfte.

naar lucht happende baars en voorn

Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van de vissterfte in de Wolterbeekvijver gaf het waterschap de Wageningen Universiteit opdracht in 2010 de waterkwaliteit en najaarsomkering te onderzoeken. Hieruit bleek dat inderdaad in de herfst najaarsomkering optradt en de zuurstofrijke bovenlaag mengde met de zuurstofarme onderlaag. Daarna was de gehele Wolterbeekvijver gedurende meer dan drie maanden vrijwel zuurstofloos. Dit duidde op een forse belasting van de plas en het onderzoeknaar de waterkwaliteit bevestigde dat.

De Wageningen Universiteit concludeerde dat het aannemelijk was dat een bron van buiten de plas, zoals een lozing de forse belasting veroorzaakte.

watermonster 6 meter zie geelkleuring

Deze conclusie vormde voor de gemeente Tilburg aanleiding om het rioolstelsel te onderzoeken. Hierbij vond de gemeente een verkeerde aansluiting van een eiwitmachine, waardoor afvalwater in de Wolterbeekvijver kwam. Eind september 2011 is dit hersteld en daarmee de lozing beëindigd.

 

Najaarsomkering en stratificatie

Natuurlijke diepe wateren komen nauwelijks voor in Nederland. Oorspronkelijk was de diepte van de meeste wateren zelden meer dan 2 à 3 m. Als gevolg van de winning van zand en grind zijn plassen (uit)gegraven tot vaak zeer grote diepte. In dergelijke diepe plassen ontstaat in de zomer stratificatie (waterlagen met verschillen in temperatuur). De onderste waterlaag is dan koud en (vrijwel) zuurstofloos, terwijl de bovenste laag is opgewarmd. De relatief warme bovenlaag drijft daarmee als het ware op de koude, zware onderlaag. Tussen de lagen bevindt zich een zogenaamde spronglaag, waarin de temperatuur over een korte verticale afstand relatief snel daalt. De primaire productie vindt plaats in de bovenste waterlaag. Algen en andere organismen sterven af en zakken vervolgens naar de bodem, waar het dode materiaal zich ophoopt in de onderste waterlaag. In deze laag daalt het zuurstofgehalte als gevolg van afbraakprocessen en kan in de loop van de zomer zuurstofloosheid optreden.

Na het ontstaan van de stratificatie in de zomer, is de gelaagdheid zeer stabiel. Dit verandert pas als in het najaar de bovenste waterlaag snel afkoelt en de temperatuur gelijk of zelfs lager wordt dan in de onderste laag.  Dan verdwijnt de sterke scheiding tussen beide lagen en kan de zuurstofarme onderlaag zich mengen met de bovenste waterlaag. Er is sprake van de zogenaamde najaarsomkering, waarbij het zuurstof uit de bovenlaag zich als het ware verdeelt over het volledige volume van de plas. Afhankelijk van de verhouding tussen de volumes van de boven- en onderlaag leidt dit proces tot tijdelijk lage zuurstofgehalten of zelfs zuurstofloosheid. Onder andere vissen krijgen daardoor problemen. Als reactie op het zuurstofgebrek komen vissen naar de oppervlakte, trekken naar zuurstofrijke delen en gaan naar relatief zuurstofrijk water of lucht happen. In extreme gevallen kan vissterfte optreden.

Stratificatie treedt op in diepe plassen waar de wind niet in staat is om het water te mengen. De menging van water in een plas is vooral afhankelijk van de verhouding tussen diepte en oppervlakte en de mate van beschutting door bijvoorbeeld bomen. In wateren met een oppervlakte zoals de Wolterbeekvijver kan stratificatie optreden vanaf een diepte van 4 m.OorzaakO

Zie voor meer info over stratificatie de pagina over de Spronglaag en Lange Jan. 

IMG_6715.jpg

Website: Zegenrijk